
De ziel, het Ware Zelf en de Ware Wil
De ziel (= het hogere zelf),
het Ware Zelf, en
de Ware Wil
De Ziel, het hogere zelf
Pistis Sophia kreeg, nog in haar Goddelijke volmaaktheid, opdracht van de Vader voor het creëren van de ziel; hèt unieke instrument bij uitstek om de reïncarnatie te bewerkstelligen.
God greep namelijk in en ontwierp een groots opgezet reddingsplan (voor meer achtergrondinformatie, zie de pagina over 'De twee scheppingen') om de afvallige mens de kans te geven terug te keren naar zijn oorspronkelijke Goddelijke staat.
Hij deed dit door de basis te leggen van een 'tweede' schepping; een soort 'diepvries' waarin wij in afzondering werden geplaatst. Onze goddelijke eigenschappen werden hierbij als het ware 'bevroren', behalve dan de vrije wil! De feitelijke schepping binnen deze diepvries - het stoffelijk heelal - werd dus niet ingevuld en uitgevoerd door God, maar door een lagere god, de demiurg Jaldabaoth.
En pas hier doet de ziel haar intrede!
De ziel wordt als 'tussenpersoon' geplaatst tussen de verstoffelijkte mens en zijn hemelse oorsprong. De ziel komt uit de tweede schepping, is dus níet eeuwig en heeft reden tot bestaan totdat we terug Thuis zijn, in de eerste schepping. De ziel neemt geen ruimte in en is ruimte-onafhankelijk, maar neemt toch een welbepaalde onbekende plaats in ons lichaam.
De ziel is een Goddelijke uitvinding, maar zèlf niet Goddelijk!
Het is wel een uniek Goddelijk instrumènt om de gevallen mens te helpen herinnereren en ontwaken. De ziel stelt ons in staat om, na vele incarnaties, wakker te worden en te beseffen dat wij hier niet thuis horen;
wij zijn niet van deze wereld.
De ziel kun je zien als 'intermediair' dat als middel ter beschikking is gesteld om meerdere kansen te krijgen; reïncarnaties, om het Ware Zelf, dat in de ziel zit, de kans te geven tot ontplooiing te komen en terug naar Huis te kunnen gaan.
Het is dan ook je Ware Zelf dat centraal dient te staan, en je ziel is daarvoor dus het hulpmiddel. Het is ook niet de bedoeling dat de ziel de centrale plaats inneemt, omdat de ziel toch min of meer ook je 'vijand' kan worden door het ego te bezoedelen, zodat het als het ware een 'samenwerking' aangaat met het ego.
De ziel kan met de vrije wil wakker geschud worden, zodat het ego gekruisigd wordt. We hebben de ziel dus nodig om het pad van verlossing te gaan, en zij heeft reden tot bestaan totdat we terug Thuis zijn, in de eerste schepping.
Het is de ziel die verlost wil worden; van binnenuit, door het zelf te ontdekken en niet aan te nemen op gezag van buitenaf. Wanneer we ontwaken, beseffen we ook dat het lagere zelf, het ego, niets te maken heeft met onze oorspronkelijke staat van Zijn.
Ontwaken is: wéét hebben dat we slechts uit de tweede schepping komen,
en dat we daaruit moeten komen om naar de eerste schepping te gaan.
Als we dan, door gnostisch te gaan leven, uiteindelijk geen afleidingen meer kiezen met dingen die er niet meer zo toe doen, is het resultaat de bevrijding van je Ware Zelf.
De ziel mèt het Ware Zelf stijgt op in de hogere Hemelsferen.
Zonder karma, want dat hebben we dan niet meer, en bij het Christushuwelijk valt dan ook de ziel zelf weg, omdat we die dan gewoon niet meer nodig hebben. De ziel wordt ingeruild door het Christusprincipe, met het Ware Zelf dat dan tot uitdrukking komt in haar volledige bewustzijn in een vrije staat.
Dat is de bedoeling van de verlossing; pas dan ben je ook echt verlost. De eigenlijke verlossing van het Ware Zelf gebeurt, zoals gezegd, als de ziel volledig wegvalt.
De ziel is slechts drager van het karma, de ware wil en de erfzonde; meer is de ziel ook niet. We zijn het zo gewoon de ziel verantwoordelijk te stellen voor alles wat niet fysisch is. Dat kan bijvoorbeeld 'geloven' zijn, of 'het christendom' enzovoort. Dat geldt eigenlijk voor alle godsdiensten.
Je kunt de ziel dus zien als 'buideldrager' van ons karma. Wanneer we dan eindelijk 'stoppen met sterven' door het rad van reïncarnatie te doorbreken, hebben we de ziel niet meer nodig. De ontwaakte mens heeft het endura doorworsteld en het ego afgeworpen. Hij of zij zal nog één keer lichamelijk moeten sterven om zo in verloste toestand het Huwelijk te kunnen aangaan. Je Ware Zelf dient tijdens het endura daarom centraal te staan; de ziel is immers slechts een hulpmiddel.
Nergens wordt de verlossing van de ziel als ultiem einddoel genoemd,
integendeel, het probleem wordt omzeild door te blijven hameren op liefde. Maar over welke liefde gaat het dan eigenlijk? Het zou moeten gaan over compassie met onwetende zielen, want alle tegenspoed in deze wereld komt voort uit onwetendheid over de reden van ons bestaan. Dat los je niet op met liefde alleen.
Wakker worden is de werkelijke remedie.
Pistis Sophia kreeg, zoals gezegd, van God de opdracht om in de zielen te voorzien, en dat blijft zo zolang er zielen nodig zijn. Elke keer dat er een nieuwe ziel wordt geschapen, krijgt die ziel automatisch ook de erfzonde mee: het erfkarma dat per definitie in elke ziel aanwezig is.
Het Ware Zelf
Het Ware Zelf is onze Goddelijke toestand van Leven, waarvan we ons niet eens meer bewust zijn dat we die nog hebben.
Na de zondeval werd de Goddelijke Mens een stoffelijk mens, maar het Ware Zelf bleef behouden, net als de ware wil om dit uit vrije wil te activeren.
De meeste stoffelijke mensen hebben, zelfs na miljarden jaren, dit Goddelijk Leven nooit gekend, omdat ze in stoffelijke vorm geboren zijn. Hun Ware Zelf stamt dus niet uit de eerste schepping, maar in de Ware Zelven bestaan geen gradaties.
Het enige verschil is de tijdsoorsprong; bij de zondeval waren er waarschijnlijk ongeveer 400.000 'Mensen' die tot 'mensen' geworden werden. Inmiddels zijn er al meer dan 8 miljard zielen, en dus ook evenveel Ware Zelven. Het grootste deel van deze Ware Zelven stamt dus niet uit de eerste schepping, maar is daar wel volledig gelijkwaardig aan.
Bij elke nieuwe ziel hoort ook een nieuw Ware Zelf. Zodra het gecreëerd is, reïncarneert het, naast de ware wil, mee. Alleen wanneer de wereldbevolking groeit, neemt ook het aantal Ware Zelven toe.
De ware wil
De ware wil die de mens doet ontwaken, is in ieder mens aanwezig, maar komt niet bij iedereen even snel naar voren. Daarvoor zijn meerdere reïncarnaties nodig, zodat je telkens opnieuw de kans krijgt om terug te keren naar waar we oorspronkelijk vandaan komen.
De Ware Wil kun je vergelijken met een waakvlam om tot ontbranding; tot ontwaking te komen.
Als je op internet zoekt naar de 'ware wil', de wil om te ontwaken, kom je vaak de term 'Godsvonk' tegen. Die kun je nog wel enigszins vergelijken met een waakvlammetje dat je helpt, maar helemaal juist is dat beeld niet.
Om verbranding in de oven te doen ontbranden, kun je het je het beste voorstellen als
de graal die tot ingieten van de gnostische kennis komt.
Het is het ontbranden van de oven, door die waakvlam. Het proces van dat ontwaken is de graal die ingegoten wordt in de pijnappelklier.
De ware wil is er alleen om de wil tot ontwaken te versterken. Met je vrije wil kies je ervoor om die te volgen, of niet. Bij elke reïncarnatie groeit die wil een beetje, zodat hij bij oudere zielen een steeds grotere rol speelt in het ontwaken. Dat is ook de bedoeling van de reïncarnatie.
Het is ook zo dat je dankzij de ware wil een verlangen hebt om te ontwaken.
Dat laat zich ook gevoelen; je krijgt min of meer een 'push' die door de ware wil ontstaat. Het is het zogenaamde 'opdringen' in de ziel. Het is een druk die je als stoffelijke mens 'gewaar' wordt, niet wetend wat er precies gaande is. En later, tijdens het moment van het ontwaken, is het dan dat je ware wil je doet ontwaken. Daarna heeft de ware wil geen functie meer.
De ware wil zal dan hoogste waarschijnlijk niet meer bestaan. Het is die 'waakvlam'; de oven die ontbrandt. De ware wil kan niets verkeerd doen, omdàt het Goddelijk is! Je Ware Zelf kan eveneens niets verkeerd doen; die wacht gewoon totdat je ontwaakt bent, en de ziel is alleen maar het 'gereedschap'.
Velen hebben, zoals gezegd, geen weet van het Wáre Zelf, onze Goddelijke oorsprong, maar het is ons Wáre Zelf, die terug zichzelf wil zijn en ons smeekt om terug naar Huis te gaan. Terug van waar we gekomen zijn bìnnen de eerste schepping; de Goddelijke bron.
Focus van de menselijke vrije wil, die samenwerkt met het Ware Zelf is hierbij van belang. Daar moeten we mee verder wat de eigen ziel ten goede zal komen. Sommigen ondervinden ook op welke wijze de Kosmos mèt of tégen ons werkt! Bij elk nieuw idee of initiatief, vinden meestal binnen enkele weken onverwachte gebeurtenissen plaats, die aangeven of we wel of niet op de nieuw ingeslagen weg verder kunnen gaan.

Er is ook maar één smal pad dat gegaan dient te worden
om je Ware Zelf te verlossen!
Mensen die tot dit inzicht zijn gekomen en de boodschap van Jezus waarlijk hebben begrepen, noemt men daarom ontwaakten. Zij volgden zijn Pad naar de Verlossing van het Ware Zelf!