DE TWÉÉ SCHEPPINGEN

Het is maar een voorstelling; de stralen van de verschillende levensstromen, waarbij de eenheid van de Goddelijke wereld zichtbaar is.
Het is maar een voorstelling; de stralen van de verschillende levensstromen, waarbij de eenheid van de Goddelijke wereld zichtbaar is.


Om het helder te maken wordt op deze pagina éérst de chronologie van het hele verhaal verteld, want 

er hebben zich namelijk twéé scheppingen voorgedaan. 

Maar vanwege onze langdurige onwetendheid, gooien we alles op één hoop. Met de kennis van het hebben dat er zich twéé scheppingen hebben voorgedaan, gaat het verschil tussen de Goddelijke wereld en de stoffelijke wereld duidelijker worden.

Want, om nu te weten hoe het is gebeurd, moet worden teruggegaan naar een ver verleden, waar God besloot vijf etherische levensstromen te creëren, geëmaneerd uit de Jeû's, (de scheppingsaspecten van God), die de volgende benamingen/eigenschappen kregen: 

Barbelo (Eerste Gedachte), Voorkennis, Onvergankelijkheid,  Eeuwig Leven, en Waarheid. 

Deze levensstromen kregen twéé belangrijke eigenschappen mee:

De macht om zelf te scheppen, en 

het gebruik van de vrije wil.

Dat is beslist niet weinig, en de enige voorwaarde die God daar tegenoverstelde, was dat alle levensstromen zich altijd moeten kunnen verantwoorden tegenover Hem. Je zou het, een beetje oneerbiedig, 'tussen de lijntjes lopen' kunnen noemen.

Het eerste initiatief tot scheppen kwam er van Barbelo – daarom ook "Eerste Gedachte" genoemd – en Onvergankelijkheid, die, in samenspraak met de Vader, de 'Ware Wil' creëerden. 

De Ware Wil is de drang om tot ontwaken te komen, 

waarna het Ware Zelf tot ontplooiing kan komen.

 Iedere stroom richtte haar Goddelijk leven naar believen in, schiep nakomelingen, nieuwe Goden, die èlk hun eigen weg gingen. Je kunt je dit met een symbolische uitdrukking een beetje voorstellen zoals een Vader die zijn zonen uitstuurt.

En dat ze hun eigen weg kònden gaan, was omdat ieder afzonderlijk wezen over een vrije wil beschikte, dat was immers een Vaderlijke belofte! 

De Godenwereld dijde uit tot een complex geheel, waarin echter niet iedereen hetzelfde bewustzijnsniveau bezat. 

Het leven daar, zonder materie moet gewoon schitterend zijn geweest. Geen pijn, geen ziektes en overlijdens, en vooral geen kwaad, haat en nijd. Het onderscheid tussen goed en kwaad bestond toen niet eens. Het goede bestond zonder tegenstelling.

Het was de wereld waar de Goddelijke Mens leefde in een staat van uiterste verrukking en gelukzaligheid. Het èchte geluk is hier, in de Goddelijke wereld, te vinden! In deze meest ideale wereld zijn er ook geen beperkingen en daarom veel gemakkelijker. Dit, omdat de Mens daar niet gehinderd wordt door materie en dus onafhankelijk is van natuurwetten, die per definitie altijd aards zijn. 

Deze bewoners mogen we gerust Goden noemen in een Goddelijke wereld. Overigens moet deze Goddelijke wereld; de eerste schepping, geschapen zijn en dat is God, die zelf eeuwig is; zonder einde èn zonder begin. 

Dit is de definitie van God.

God is hier géén naam, maar een benoeming; een aanduiding.

Wij waren een Goddelijk androgyn wezen. Een wezen dat bestond als een God, nog vòòr het ruimtelijk heelal geschapen werd. Wij legden rechtstreekse verantwoording af bij God; we stonden als het ware onder een soort van 'supervisie'. Als je een vrije wil krijgt doe je daar volgens zijn Goddelijke wetten ook iets voor terug; namelijk verantwoording afleggen voor je daden. 

Maar wàt blijft er van die Goddelijke Mens, die leefde in een perfect structureel evenwicht van zuivere harmonie, nu nog over? 

Helemaal niets; we wéten zelfs niet meer dat we goden waren. En nu komen we dichter bij het 'waarom' dat er een tweede schepping plaats moest vinden en er ook gekomen is; de oorzaak van de tweede schepping wordt duidelijk! Want wat er gebeurde, was dat op een gegeven moment een groep goden besloot zich àf te keren van God. Zij deden dit door volledig op eigen houtje te gaan experimenteren en daarmee de menselijke stroom ging misbruiken. 

Door de vrije wil die wij hadden, gingen wij als Mens afwijken van het Goddelijk evolutieplan. Weliswaar met het doel om bij te leren wat ook toegelaten was omdat elk wezen over de vrije wil beschikt en daar niet aan getornd wordt. Maar wanneer deze wil begint àf te wijken van de Goddelijke Wil, namelijk een harmonische levensevolutie, treedt er een verstoring op in de evenwicht structuur van de hele Goddelijke wereld. Dit gebeurde toen de Mens uit de evolutiestroom stapte en een eigen levensveld schiep van een veel lager bewustzijnsniveau. 

Het gevolg was dat ze een eigenschap in zichzelf creëerden die nog niet eerder bestond, namelijk het 'kwade'. Het is door hun vrije wil dat ze het kwade zijn gaan ontdekken en ze dit hiermee zelf gecreëerd hebben. We werden verleid tot het uittesten van een dualiteit; de basis van de erfzonde en zelf gecreëerd, die resulteerde in het verschil tussen goed en kwaad. Een dualiteitsprincipe dat niet paste in de Goddelijke wereld. 

Naast het Christusprincipe, dat uitsluitend op pure goedheid is gebaseerd en uit de eerste schepping komt, creëerden wij nu ook het haaks daarop staande Luciferprincipe; de basis van alle kwaad en oorzaak van de tweede schepping. 

Omwille van de aard van het Luciferprincipe, is deze niet aanvaard in de eerste schepping, waar alleen goedheid bestaat; goedheid zonder tegenstelling. Lucifer is geen demon of duivel, maar een principe oftewel: grondbeginsel/grondoorzaak/de manier waarop het in elkaar zit.

Christus is overigens niet de familienaam van Jezus, zoals vele christenen aannemen; hij was wel de belichaming van dit principe, waardoor hij 'Jezus de Christus' genoemd werd.

Doordat wij het verschil tussen goed en kwaad hebben uitgevonden, dat met name de erfzonde is, greep God in. Dat deed Hij door de basis te leggen van een tweede schepping; een soort diepvries' effect waarin wij in afzondering werden geplaatst, en waarbij onze goddelijke eigenschappen a.h.w. 'bevroren' werden, behàlve dan de vrije wil!

De feitelijke schepping binnen deze diepvries - het stoffelijk heelal - werd niét ingevuld en uitgevoerd door God, maar door een lagere god, de demiurg Jaldabaoth. Pas hier doet de ziel haar intrede.

Geproefd van deze ervaringen in de dualiteit, was er al sprake van een zekere vorm van verslaving en begeerte. De kloof tussen de Goddelijke wereld en de mens was een feit geworden en werd steeds groter, waardoor we niet meer wisten van wáár we kwamen. 

We hadden moeten spreken over God, want de niéuwe mensen die wij als Goden hadden bij gecreëerd, generaties dus, waren onwetend over de eigen oorsprong. Zij wisten al niet meer dat er een Goddelijkheid bestond waardoor wij het verschil tussen goed en kwaad hebben uitgevonden. Hun androgyne ouders namen de tijd en de moeite al niet meer om hen in te lichten over het bestaan van God, als enige bron van alle leven. 

En dit is het foutief gebruik van de vrije wil, die we niet konden verantwoorden tegenover God, en dáárom wordt dit de zondeval genoemd. Het gevòlg daarvan is, dat wij met deze zondeval in afzondering gebracht moesten worden om de andere goddelijke levensstromen niet te beïnvloeden en te verstoren. 

En deze afzondering is de tweede schepping, die wij kennen als dit stoffelijk heelal waarin wij hier op aarde leven. Dat aards paradijs waarin wij in de Goddelijke wereld leefden, hebben wij niet méé kunnen nemen naar ons stoffelijke aarde. Hierdoor gaan we het èchte geluk hier niet vinden. Aardse gelukzaligheid is pure illusie.

Zoals gezegd; we hebben een opvoeding gegeven met dualiteit, van goed en kwaad binnen de eerste schepping, en dàt is de oorzaak van de erfzonde. De erfzonde is hetgeen wat we in feite van al onze voorgangers hebben meegekregen. Die hebben we gewoon mee doorgegeven aan onze kinderen, en wij zijn kinderen vàn kinderen en zo verder. Daarom noemen ze dat ook de erfzonde die we sowieso doorgeven; daar kunnen we zelf niets aan doen. De tweede generatie mensen wist dat al niet meer, en zo erf je die 'zonde' door omdat we uit onwetendheid niet hebben doorgegeven. 

Het is essentieel voor de erfzonde, om te weten dat we die nog steeds doorgeven aan onze stoffelijke kinderen hier op aarde. Als er een nieuwe ziel bijgemaakt wordt, dan krijgt die ziel automatisch al, die erfzonde. Dat is dat erfkarma dat per definitie altijd in elke ziel aanwezig is.

Feit was dat daardoor de totale harmonie van de Godenwereld behoorlijk in de war werd gestuurd. Om nu de totale harmonie van alle andere levensstromen niet in gevaar te brengen, greep God, zoals gezegd, in. Dit deed hij door de levensstroom 'Mens' een tijd af te zonderen zodat er geen wisselwerking meer mogelijk was met al het andere zich nog in harmonie bevindende leven.

Dáárom ging God over tot de tweede schepping.

Dat is de reden van de tweede schepping. Een stoffelijk heelal, dat slechts een tijdelijk doel heeft en we kunnen beschouwen als in 'quarantaine' gezet worden. Dit, om de andere Goddelijke levensstromen niet te beïnvloeden en te verstoren. Het is déze afzondering; de tweede schepping, die wij kennen als dit stoffelijk heelal waarin wij hier op aarde leven. 

We zijn dus in afzondering gezet, maar mèt het intact laten van het principe van de vrije wil! Die diende gewaarborgd te blijven. Dat is belangrijk want daar gaat het over; weten dat we die vrije wil hebben behouden. Dat is ook het enige dat er nog overblijft van ons oorspronkelijke Goddelijk leven, precies die vrije wìl! 

Er hebben zich dus twéé scheppingen voorgedaan, 

maar vanwege onze langdurige onwetendheid gooien we alles op één hoop. 

De woorden van Jezus: 

'Mijn koninkrijk is niet van deze wereld', 

betekent hetzelfde als: 

'Mijn Koninkrijk behoort niet tot ‘de tweede schepping maar tot de eerste schepping'. 

Het grootste probleem is dat we ons niet bewust zijn dat wij in de tweede schepping leven. Op het moment dat we dat wéten, beseffen we ook dat er dan ook een eerste schepping moet zijn. Het is de eerste schepping; onze Goddelijke oorsprong waar wij afkomstig uit zijn. De zondeval, erfzonde of ook mensenval, is dus de óórzaak van de tweede schepping. 

De erfzonde zèlf, gebeurde in de eerste schepping, en de tweede schepping is het rechtstreeks gevòlg van de zondeval. Dit, over het waarom dat het systeem van een tweede schepping is ontstaan, want dat is de óórzaak dat we verlòst moeten worden. 

Feitelijk gaat het hier specifiek over de verlossingsleer zelf. Dat wil zeggen, hoe wij kunnen terugkeren naar ons èchte thuis, onze oorsprong: de eerste schepping. De verlossingsleer, de werkelijke leer, leert ons wat wij moeten doen om dat te bereiken. We zijn hier dus nog niet thuis! 

De verlossing is het wègnemen van de erfzonde. De reden dat dit erfzonde genoemd wordt is omdat dit gewoon doorgegeven wordt binnen onze onwetendheid, van vader op zoon, of moeder op dochter. Dat aards paradijs waarin wij in de Goddelijke wereld leefden, hebben wij dus niet mee kunnen nemen naar ons stoffelijke aarde waardoor we het echte geluk hier niet gaan vinden. Door de vrije wil die we feitelijk misbruikt hadden, door egoïsme en het uitvinden van het kwade, ging het mis en

dàt is wat bedoeld wordt met de uitdrijving uit het 'aards' paradijs;

de gevallen mens wordt uit de eerste schepping verdreven, en in de tweede schepping neergezet. De Mens wordt mens. 

De Mens met een hoofdletter, we waren nog een Goddelijk Mens, wordt mens; een stoffelijk mens.
De Mens met een hoofdletter, we waren nog een Goddelijk Mens, wordt mens; een stoffelijk mens.

De twee universa, twee afzonderlijke scheppingen

De meest efficiënte voorstelling van de twee werelden; de ene ìn de andere en toch niet vàn de andere. 

Boven:  de eerste schepping. 

Midden: opsplitsing dualiteit. 

Onder:  de tweede schepping als een soort van 'storing' binnen de eerste schepping. 

Bovenstaande is essentieel om te weten hoe het allemaal begonnen is, want als je dat niet weet en je denkt dat er maar één schepping is geweest, wordt hiermee de weg naar Huis niet gekend. Dit, omdat je denkt dat je al Thuis bènt; 'ten hemel' opgenomen.

De uitdrijving uit het 'aards' paradijs werd overigens door de kerk anders geïnterpreteerd want de zondeval gebeurde niet op aarde, die bestond toen zelfs nog niet omdat de Mensen toen nog androgyn waren. 

Het is de vraag of de kerk wéét had van de twee scheppingen. 

De kerk begreep niet wat er werkelijk gebeurde en dat is ook gelijk het basisprobleem van de godsdiensten. Als je de eerste schepping probeert uit te leggen d.m.v. de tweede schepping en omgekeerd, ontstaat er een waaier van interpretaties, waardoor onderlinge twist de logica zelve is. Iedere religie was, en is nog er nog steeds van overtuigd, de enige echte waarheid te bezitten. Maar het is net omgekeerd; geen enkele godsdienst kàn de waarheid kennen, omdat ze niet meer weten hóe het allemaal begonnen is. Ze hebben de boodschappen der avatars, zoals Jezus, slechts fragmentarisch begrepen.

Hoe deed Hij dat nu, die tweede schepping creëren?

Hij ontwierp een groots opgezet reddingsplan om de afvallige mens de kàns te geven terug te keren naar zijn oorspronkelijke Goddelijke staat, echter mèt het intact laten van het principe van de vrije wil; die diende gewaarborgd te blijven. 

De vrije wil is een Goddelijk geschenk,

die God ons gegeven heeft en zal daar ook nooit 'tussen' komen. Die respecteert de vrije wil omdat het een Goddelijke eigenschap is. De vrije wil is het enige dat wij van de eerste schepping naar de tweede schepping hebben meegekregen. De tweede schepping is dus een geniale uitvinding om de verloren gelopen goden, terug op het rechte pad te brengen.

Wat God deed om de mens in die afzondering te brengen,

was dat hij overging tot de creatie van iets dat hoogst uitzonderlijk en meesterlijk origineel was. De reeds bestaande tijd ging Hij koppelen aan een ruimte, waarbinnen alles ongestoord verder kon evolueren. 

Het geniale van deze tweede schepping was, dat Hij afzonderlijke natuurwetten kon bewerkstelligen, zonder dat deze de andere levensstromen in de eerste schepping konden beïnvloeden. 

Tegelijkertijd introduceerde Hij ook de zo noodzakelijke dood. Gezien de onwetendheid van de mens en het feit dat aan de vrije wil niet getornd kan worden, moest de mens wel meerdere kansen aangeboden krijgen om tot 'ontwaken' te komen, en aldus te kunnen terugkeren naar zijn oorspronkelijke staat. 

Je moet eerst ontwaken om terug te keren.

Daarvoor diende de reïncarnatie. Dit is de echte reden van de reïncarnatie. Wanneer dus iemand niet gelooft in reïncarnatie is dat eigenlijk wel jammer want dan zul je nooit weten waarom je leeft.  Voor meer informatie over de reïncarnatie, bezoek de pagina 'reïncarnatie'.

God stelde een groot aantal wetten, randvoorwaarden in werking,

om de tweede schepping in goede orde te laten verlopen.

De feitelijke schepping binnen deze diepvries - het stoffelijk heelal - werd niet ingevuld en uitgevoerd door God, maar door een lagere god, de demiurg Jaldabaoth. 

De taak van Jaldabaoth was om invulling te geven aan de pas geschapen ruimte, die, in een fractie van de eerste seconde, uit niets anders bestond dan stralingsenergie. 

Toen gebeurde het onwaarschijnlijke; er ontstond een tijdruimte, een heelal, dat dankzij haar uitdijingsprincipe, plaats bood aan steeds verder evoluerende stoffelijke levensvormen, want de evolutie kan alleen maar plaatsvinden als het heelal dynamisch is en niet statisch; dan kan er niets gebeuren. 

De schepper voorzag deze 'leegte' tevens ook van strikte eigenschappen, zoals het ritme van de tijd en alle andere fysische wetten.

Wie ook de tweede schepping zou volbrengen, deze taak helemaal zou uitvoeren; de inhoud ervan zou enkel maar kunnen gehoorzamen aan de voorwaarden die God vooraf toekende aan dit heelal.


Van de eerste naar de tweede schepping hebben wij de vrije wil meegekregen.

Dat is het enige dat nog overblijft van ons oorspronkelijk Goddelijk leven. Zoals gezegd kan de ziel, het hogere zelf, de vrije wil gebruiken. Het Ware zelf gebruikt de vrije wil voor zowel het hogere zelf, de ziel, als het lagere zelf, het ego.

Kenmerken van de tweede schepping

In deze gevallen wereld draait alles om ons 'ik', dat zich voortdurend probeert te handhaven. Het wilt de persoonlijkheid koesteren en past allerlei vormen van technieken voor zelfbevrijding toe met wens van het zèlf, om 'persoonlijke verlichting' te bereiken. Ik' wil graag volmaakt zijn, bevrijd worden, deelnemen aan het 'Plan voor Verlichting', Nirvana ervaren, een 'lichtwerker' zijn of zelfs 'ik' wil de mensheid helpen. 

Kortom: we gaan in deze wereld aan het werk met ons 'kleine zelf' zonder fundamentele verandering in onze bewustzijnsoriëntatie. Daardoor leven we beurtelings van de ene naar de andere sfeer, gebonden aan het rad van geboorte en wedergeboorte en wachtende op een volgende incarnatie. Zo dikwijls als nodig is worden we teruggeworpen in het rad van incarnatie, totdat we ontwaken, een ontwaakt mens zijn; wakker worden.

En ontwaken betekent dat we beseffen dat we hier nu niet Thuis zijn. 

Dat is een belangrijk besef als dat bij je binnenkomt; zo van verdorie, wij zijn hier niet thuis! Dat is een openbaring. 

Als we niet ontwaakt zijn, is de bedoeling denken velen, dat wij leven omdat we hier zijn, dat we ons levensdoel hiér in dìt leven moeten bereiken. Men probeert dan dat leven zo lang mogelijk te rekken, terwijl in de ontwaakte toestand kunnen we onze vrije wil op een heel andere manier gebruiken dan voorheen. 

We kunnen hem in dienst stellen van God en van onze terugkeer naar Huis; het endura. 

Maar goed, wij zijn afgedaald in de onwetendheid en hebben gedacht dat we alleen met onze uiterlijke vorm alles konden bewerkstelligen. 

We kennen onze werkelijke aard niet meer,

en begrijpen niet dat het belangrijkste deel van onszelf steeds wachtend aan de deur staat tot wij deze deur opendoen. We zouden ons daarom af kunnen vragen wanneer we nu eindelijk eens gaan stoppen met sterven.

Daarmee wordt het doorbreken van het rad van reïncarnatie bedoeld, oftewel ontwaken tot het èchte Leven, want dit is de wereld van de dualiteit en van dualiteit kunnen we geen uniteit maken; dat kunnen we niet veranderen. 

Enkele details over de invulling van de tweede schepping

Om de taak om het heelal functioneel en naar behoren te vervullen en dit allemaal in goede banen te leiden, gaf God de praktische verantwoordelijkheid aan een andere androgyne Godheid; Pistis Sophia, behorende tot een van de andere levensstromen. 

Deze levensstroom hoorde dus niet bij de mens en daarom heeft God aan een andere levensstroom gevraagd om invulling te geven in het toen nog lege heelal om te observeren naar een stoffelijke wereld; want deze was nog niet eerder gekend. Deze godheid mag dus gerust een hulplijn worden genoemd. 

Pistis-Sophia, de volmaakte Godheid, kreeg twee opdrachten van de Vader om de praktische kant van de tweede schepping te doen.

De eerste opdracht was het creëren van de ziel; hèt instrument bij uitstek om de reïncarnatie te bewerkstelligen. Je kunt de ziel zien is een soort van 'intermediar' om de gevallen mens te helpen herinneren en te ontwaken. Zie hiervoor het kopje: 'over de ziel, het Ware Zelf en de ware wil'.

De tweede opdracht voor de Godheid Pistis Sophia (nog niet 'besmet') was dus om de praktische kant van de tweede schepping te doen; de stoffelijke invulling. Doel hiervan was om stoffelijke werelden te creëren waarop de mens tot inzicht en besef zou kunnen komen van zijn 'zondig' gedrag; van zijn 'zondige' status.

Dit is wat bedoeld wordt met de 'uitdrijving uit het aards paradijs'; de gevallen mens wordt uit de eerste schepping verdreven, en in de tweede neergezet: de Mens wordt mens.

Deze onthutsende waarneming zal w.s. aan de basis gelegen hebben van wat er vervolgens gebeurde: Sophia – het vrouwelijk deel van de androgyne godheid – nam op eigen houtje het besluit een zoon te emaneren, die zij in volledige onwetendheid liet in deze nieuwe wereld. Daarmee schoof zij a.h.w. de verantwoordelijkheid door aan hem; Jaldabaoth genaamd.

Zij kon het niet laten zelf ook wat te gaan experimenteren in het onbekende. De nieuwe god-zoon wist dus niet dat hij afkomstig was van de Vader, en tevens was hij een onvolmaakte godheid, omdat hij niet gecreëerd werd uit de 'totale' godheid Pistis-Sophia!

Jaldabaoth; geschapen door 'halfgod', Sophia. Hij was de eerste god uit een andere levensstroom die mee in de onwetendheid geplaatst werd. Hij wist niet dat hij gecreëerd was door zijn eigen moeder, Sophia. 

Het is déze god, Jaldabaoth, die in opdracht van Sophia de stoffelijke wereld gaat scheppen, zoals wij die nu kennen. Stel je je voor: ons heelal, geschapen door een onvolmaakte god. En Jaldabaoth was er van overtuigd dat hij de enige god was.

Overigens zag Pistis-Sophia uiteindelijk zèlf haar dwaling in, en toonde aan de Goddelijke wereld haar berouw. Ik ga hier nu niet verder op in, maar mocht je hierover meer willen weten, dan wordt verwezen naar het boek 'Evangelie van de Pistis Sophia'' waarin dit prachtig staat beschreven.

Het begint met het endura,

het doorknippen van de banden die we hebben om ons doel te bereiken; namelijk onze ziel verlossen. Het endura is eigenlijk het hele proces van het terugkeren. Over dit belangrijke onderdeel van de verlossingsleer is een aparte pagina gemaakt over hóe je dit moet doen, naar Huis terugkeren.